Waarom je bij de bakker een aardiger mens wordt

Zaterdagochtend. Je haalt brood. En zonder dat je het doorhebt, word je een aardiger mens. Dat klinkt als een slogan van de bakker, maar het is onderzoek naar geur en gedrag.

Je neus beslist mee over hoe je je gedraagt, nog voordat je hoofd er iets van vindt. In deze blog lees je wat de wetenschap daarover zegt, waarom het zo werkt, en wat wij er elke week van terugzien in zorglocaties.

Geur en gedrag: wat het onderzoek laat zien

Passanten helpen een vreemde duidelijk vaker als het naar vers gebak of koffie ruikt. Dat ontdekte psycholoog Robert Baron in 1997 in Amerikaanse winkelcentra.

Een handlanger liet een pen vallen of vroeg of iemand geld kon wisselen. Soms gebeurde dat vlak bij een bakkerij of koffiebranderij, soms op een plek zonder uitgesproken geur. Zelfde vraag, zelfde soort voorbijgangers. Toch werd er bij de bakker significant vaker geholpen.

Baron vroeg mensen ook naar hun stemming. Wie de prettige geur rook, voelde zich beter. En juist dat betere gevoel verklaarde voor een deel waarom mensen sneller bukten of in hun portemonnee keken.

Ook dichter bij huis

In Nederland deden onderzoekers van de Radboud Universiteit iets vergelijkbaars, met een ander gedrag. Studenten vulden een vragenlijst in, in een ruimte waar ongemerkt een emmer met citrus-schoonmaakmiddel stond.

Daarna kregen ze in een andere ruimte een kruimelige biscuit. Wie de citrusgeur had geroken, veegde tijdens het eten significant vaker de kruimels weg. Bijna niemand had de geur bewust opgemerkt.

De les uit beide studies over geur en gedrag: geur verandert wat je doet, ook als je niet doorhebt dat je iets ruikt.

Geur en gedrag in je brein: waarom je neus eerder beslist

Geur neemt in je brein een kortere weg dan je andere zintuigen. Wat je ziet, hoort of voelt, gaat eerst langs een soort centrale sorteerpost: de thalamus. Geur niet.

Geurprikkels komen via de reukbol rechtstreeks uit bij de amygdala en de hippocampus. Dat zijn de gebieden die over emotie en herinnering gaan. Je ruikt iets, je voelt iets, en pas daarna bedenk je wat het was.

Dat verklaart ook waarom een geur je in één tel terugzet in de keuken van je oma (lees ook: Het ruikt hier naar vroeger). Onderzoek van Rachel Herz liet zien dat door geur opgeroepen herinneringen de amygdala sterker activeren dan dezelfde herinnering opgeroepen door een beeld. Wel een kanttekening: dat was een kleine studie, met vijf deelnemers.

Voor de relatie tussen geur en gedrag betekent dit: geur kleurt je stemming, en je stemming kleurt hoe je anderen tegemoet treedt. Precies het mechanisme dat Baron bij de bakker zag.

Geur en gedrag in de praktijk

In de zorglocaties waar wij werken, zien we de link tussen geur en gedrag elke week terug. Niet bij de bakker, maar bij de voordeur, op de gang en in de huiskamer.

De eerste seconden tellen. Hoe je een ruimte binnenkomt, bepaalt hoe je die ruimte tegemoet treedt. Voel je je daar prettig, dan benader je ook de mensen die je er tegenkomt zo. Dat geldt voor bewoners, familie en medewerkers.

De huiskamer aan het eind van de middag. Rond half vier begint bij veel mensen met dementie de onrust op te lopen. Hun hele leven was dit het drukke deel van de dag: koken, de was, kinderen uit school. Het brein voelt nog steeds dat er iets moet, zonder te weten wat. Daarom start de geur in de huiskamer net vóór die piek, met een geur uit het sfeerprofiel comfort. Meer hierover lees je in De kracht van geur in de dementiezorg.

Wat we meten. In onze eigen geuronderzoeken meten we zonder geur (nulmeting) en met geur (eindmeting), in dezelfde setting. We zien onder meer een beter dag- en nachtritme, minder wantrouwen, minder (verbale) agressie, minder sedatieve medicatie en minder ervaren werkdruk. Eerlijk is eerlijk: in de zorg lopen altijd meerdere interventies tegelijk, dus helemaal zuiver is zo’n meting nooit. Het verschil is wel zichtbaar.

Geur is bij ons dus geen “lekker luchtje”. Het is het verschil tussen een huiskamer waar de onrust oploopt, en een huiskamer waar die net iets minder hoog wordt.

Wat je hier zelf mee kunt

Wie geur en gedrag serieus neemt, begint niet bij de geur. De vraag is niet welke geur lekker is, maar wat een ruimte moet doen en voor wie. Een entree vraagt iets anders dan een vergaderruimte, een kleedkamer of een huiskamer. Daarom kiezen we bij geurondersteuning eerst het doel, dan de geurfamilie, dan het sfeerprofiel en pas daarna de geur.

Drie vragen om mee te beginnen:

  1. Waar ontstaat in jouw gebouw de meeste spanning, en op welk moment van de dag?
  2. Wat moeten mensen voelen als ze die ruimte binnenkomen: rust, focus, welkom?
  3. Wanneer is ondersteuning nodig, en wanneer juist niet? Een geurmachine hoeft niet 24/7 aan.

Probeer het dit weekend

Let er eens op wat je ruikt als je ergens binnenloopt. De bakker, de markt, je eigen gang. Wat doet het met je humeur, nog voordat je iemand gedag hebt gezegd?

En zie je bij de bakker iemand iets laten vallen? Dan weet je nu waarom je zo snel bukt.

Benieuwd wat geur in jouw gebouw kan doen?

We werken in de zorg, maar ook in kantoren, scholen, retail, sport, horeca en uitvaart.

Wil je weten welke resultaten we in onze eigen onderzoeken hebben gemeten? Vraag ons document “Bewijslast geurondersteuning” aan via welkom@sensetoconnect.nl of neem contact op. Ik denk graag met je mee.

Bronnen

Mirjam den Boer Sense to Connect

Ik ben Mirjam den Boer
Geurspecialist

Wil je weten wat geurondersteuning voor jouw omgeving kan betekenen? Meld je dan aan voor een vrijblijvend gesprek!

 
 

  • Categorie