Tien uur ’s ochtends. Het ontbijt is achter de rug, de zorgmomenten lopen nog en op de gang loopt een bewoner. Heen en terug, langs de deuren, weer naar het eind van de gang. Een collega loopt even mee en praat rustig tegen hem. Even later loopt hij weer.
Herken je dit? Dan weet je ook hoeveel tijd en aandacht dwaalgedrag bij dementie kost. Je hoort er ook andere woorden voor: loopdrang, zwerfgedrag of gewoon rondlopen. In deze blog lees je wat er gebeurde bij één bewoner, waarom geur iets kan bereiken waar woorden niet meer bij kunnen, en waar de grenzen liggen.
Rondlopen is geen fout gedrag
Een bewoner die rondloopt, doet niets fout. Rondlopen, dwalen of dolen is ook helemaal niet erg, zolang het je bewoner niet schaadt. Lopen hoort bij hem, en bewegen is goed.
Het wordt anders als je ziet dat het lopen hem uitput. Hij wordt moe, raakt gefrustreerd en die spanning bouwt zich op. Vaak zoekt hij dan iets wat hij zelf niet meer kan benoemen: veiligheid, een plek die hij kent, rust. Op zo’n moment gun je hem een beetje rust. Het team wil hem dat graag geven, maar er zijn altijd net te weinig handen.
En als woorden niet meer aankomen, wat dan?
Een geur hoeft niemand te begrijpen
Daar zit de kracht van geur. Je hoeft een geur niet te begrijpen om erop te reageren. Na ongeveer een uur ruik je hem niet meer bewust. Je brein reageert er wel op.
Dat komt doordat geur een kortere route naar je hersenen neemt dan zien of horen. Een geur gaat vrijwel direct naar de delen van het brein die met emotie en geheugen te maken hebben. Onderzoeker Rachel Herz liet mensen herinneringen ophalen bij een geur, een afbeelding of een geluid. De herinneringen die een geur opriep, waren duidelijk emotioneler dan de andere. Geur zegt dus niets, maar je voelt er wel iets bij.
Dwaalgedrag: van 76% naar 0%
Dit voorbeeld komt uit een van onze onderzoeken op een afdeling van een verpleeghuis. Eerst maten we zonder geur (de nulmeting) en daarna met geur (de eindmeting). Dat gebeurde in de gewone zorgpraktijk, met steeds dezelfde vragen.
Zonder geur liep deze bewoner in 76% van de metingen veel op de gang. Wat veranderde er in zijn ruimte? Er kwam geur bij: onzichtbaar en subtiel, niet bewust te ruiken. Met geur was dat 0%.
Waarom er geen standaardgeur bestaat
Is geur dan een wondermiddel tegen rondlopen? Nee. Het werkt alleen met de juiste geur voor die bewoner en voor die afdeling. Wat de ene bewoner rust geeft, kan de andere juist onrustig maken.
Daarom beginnen we altijd met dezelfde vraag: wat moet deze ruimte doen, en voor wie? Pas daarna kiezen we een geurfamilie, een sfeerprofiel en uiteindelijk de geur. In de gangen van een verpleeghuis gebruiken we het vaakst de geurmachine Brugge. Die stellen we via de app zo in dat de geur er is op de momenten dat het nodig is.
Geur is een niet-medicamenteuze interventie: je zet hem in naast de zorg en aandacht die er al zijn. Hoe een persoonlijke geur uitpakte bij een man met loopdrang, lees je in het verhaal van de wandelende Nijmegenaar.
Goed om te weten
Dit is één bewoner, en dat zeggen we er bewust bij. Geur vervangt geen zorg, geen aandacht van het team en geen medicijnen. Geurondersteuning werkt vaak, maar niet altijd. Gemiddeld zien we 20% verbetering op het doel dat we samen vooraf stellen.
Daarom meten we bij elke afdeling zelf, met een nulmeting en een eindmeting. Zo zie je zwart op wit wat geur bij jouw bewoners doet. Aan zo’n onderzoek zijn kosten verbonden, omdat we per afdeling de vragen opstellen, het team begeleiden en de resultaten uitwerken. In een eerste gesprek bespreken we wat dat voor jouw situatie betekent.
Veelgestelde vragen
Ruiken bewoners en medewerkers de geur de hele dag?
Nee. Na ongeveer een uur ruik je hem niet meer bewust. Het brein reageert er wel op.
Werkt dezelfde geur op elke afdeling?
Nee. Welke geur we kiezen, hangt af van het doel van de ruimte en van de bewoners. We adviseren per afdeling.
Wat kun je doen bij dwaalgedrag bij dementie?
Kijk eerst wat je bewoner zoekt en of het lopen hem uitput. Geur kan dan een niet-medicamenteuze interventie zijn, naast de zorg die er al is. Of het helpt, meten we met een nulmeting en een eindmeting. Aan dit onderzoek zijn kosten verbonden. Die bespreken we vooraf met je.
Bronnen
- Herz, R. S. (2004). A naturalistic analysis of autobiographical memories triggered by olfactory, visual and auditory stimuli. Chemical Senses, 29(3), 217–224. doi.org/10.1093/chemse/bjh025
- Soudry, Y., Lemogne, C., Malinvaud, D., Consoli, S.-M., & Bonfils, P. (2011). Olfactory system and emotion: common substrates. European Annals of Otorhinolaryngology, Head and Neck Diseases, 128(1), 18–23. doi.org/10.1016/j.anorl.2010.09.007
- Dalton, P. (2000). Psychophysical and behavioral characteristics of olfactory adaptation. Chemical Senses, 25(4), 487–492. doi.org/10.1093/chemse/25.4.487
Op welk moment van de dag loopt er bij jou het meest rond?
Plan een vrijblijvend gesprek. Dan kijken we samen wat geurondersteuning voor jouw afdeling kan betekenen.
Lees verder
Meer over onrust bij dementie en wat we in onderzoek zagen.